Maatregelen vogelgriep - Bijkomende maatregelen voor professionelen

Er zijn bijkomende besmettingen met het hoogpathogene vogelgriepvirus H5N8 vastgesteld bij een pluimveehandelaar in Waardamme (Oostkamp) en Zuienkerke. Torhout bevindt zich deels in het toezichtsgebied, de maatregelen worden verscherpt.

Hieronder de bijkomende maatregelen voor professionelen.

  • De professionele houders sturen deze inventaris binnen de 72 uur door naar de LCE van het FAVV waarvan zij afhangen (contactgegevens: http://www.favv-afsca.fgov.be/lce/).
  • De toegang tot pluimveebedrijven, broeierijen en pakstations is verboden voor alle personen en materiaal die niet tot het bedrijf behoren. De verantwoordelijke treft met het oog daarop alle noodzakelijke schikkingen. Dit verbod geldt niet voor:
    • het personeel dat nodig is voor de bedrijfsvoering;
    • de bedrijfsdierenarts;
    • het personeel van het Voedselagentschap en de personen die in opdracht ervan werken;
    • het personeel van andere bevoegde overheden en de personen die in opdracht ervan werken

      Deze personen moeten bedrijfseigen laarzen en kledij of overkledij aantrekken voordat zij de pluimveestal of de broeierij betreden en moeten alle nodige voorzorgen nemen om verspreiding van het vogelgriepvirus te vermijden.

  • Elke persoon die een houderij binnengaat of verlaat, moet de gepaste bioveiligheidsmaatregelen in acht nemen.
  • Elk voertuig en materiaal, die het bedrijf verlaten, moeten gereinigd en ontsmet worden bij het verlaten van het bedrijf gebruikmakend van een gepast biocide.
  • De verantwoordelijke houdt een register bij van alle personen die het bedrijf bezoeken. In dierentuinen en dierparken hoeft geen register te worden gehouden, mits de bezoekers geen toegang hebben tot de zones waar de vogels worden gehouden.
  • De afvoer van consumptie-eieren vanuit een pluimveebedrijf is verboden uitgezonderd het direct transport van eieren:
    • naar een door het Voedselagentschap aangewezen pakstation en op voorwaarde dat zij in wegwerpverpakking zijn verpakt en alle bioveiligheidsmaatregelen worden nageleefd, of
    • naar een inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X, van bijlage III van de verordening (EG) nr. 853/2004, en die worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II van de verordening (EG) nr. 852/2004.
  • Kadavers mogen enkel het bedrijf verlaten met bestemming Rendac of een door het FAVV aangeduid laboratorium voor analyse.
  • Gebruikt strooisel, mest of drijfmest mag niet worden afgevoerd of uitgespreid.
  • Ziektekens van vogelgriep, een verhoogde sterfte of een aanzienlijke productiedaling moet ogenblikkelijk aan het Voedselagentschap worden gemeld.

Zoeken

 

Links