Inleiding cello

De cello behoort tot de groep van de strijkinstrumenten (viool, altviool, cello en contrabas). Dit instrument heeft een lage en warme klank, maar er kan ook heel hoog op gespeeld worden.

Een beetje geschiedenis.
De eerste cello werd gebouwd in Italië in de 16e eeuw. Het is pas vanaf de 17e eeuw dat het instrument belangrijk wordt. Op een bepaald moment groeide het belang van de cello zo zeer dat Stradivarius, de meest beroemde vioolbouwer, werd gevraagd cello's te maken. Vanaf het begin van de 18e eeuw heeft bijna iedere componist voor cello geschreven.
De cello werd tot in de 19e eeuw altijd tussen de knieën geklemd. Adrien-François Servais, een Belgische cellist (waarvan een groot standbeeld staat op de markt in Halle!), gebruikte voor het eerst een pin om de cello op te laten rusten.

Het instrument.
De cello bestaat uit 83 delen, net zoals de viool.
Bij het bouwen van een cello komen er drie houtsoorten in aanmerking: dennenhout, esdoorn en ebbenhout.
Dennenhout: het bovenblad en alle delen van de binnenkant
Esdoorn: het onderblad, de zijranden, de hals, de krul en de kam
Ebbenhout: de toets, het staartstuk en de schroeven
Bij het bouwen van de cello worden geen spijkers of schroeven gebruikt, houtlijm is het enige bindmiddel.

Tal van mogelijkheden!
Naast het solo cellospel kan je ook kiezen om in groep te spelen en in dit in tal van verschillende formaties:
- symfonisch orkest (alle instrumenten)
- kamerorkest (alleen strijkers)
- ensemble (trio, kwartet, kwintet)
- ...

De cello wordt niet uitsluitend gebruikt in de klassieke muziek, maar komt evengoed aan bod in jazz, pop, rock en zelfs metal.

Door zijn brede klankkleur, die dicht aanleunt bij een menselijke stem, kan de cello alle muziekstijlen aan

 

Zoeken

 

Links