Korte historie Ten Walle

Oud hospitaal Ten Walle - gerestaureerde parel van Torhout

Sedert de jaren 1960 is het oude hospitaal onderwerp van heel wat discussie geweest binnen het beleid van de stad Torhout. Het oorspronkelijke hospitaalcomplex werd gedurende de late 20ste eeuw voor heel wat functies gebruikt en kende een voortdurende discussie rond het toekomstige gebruik en functies. Vanaf de vroege jaren 1990 werd het duidelijk dat de site eindelijk en definitief diende gerestaureerd en gerenoveerd te worden, met een koppeling aan een definitieve gebruiksvorm.

Het Torhoutse hospitaal zou volgens de traditie rond 1229 gesticht zijn door Margaretha van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, dit langs de weg naar Brugge net buiten de oorspronkelijke stedeveste.

Het hospitaal was in deze beginperiode eerder een passantenhuis dan een verpleeginstelling en had een grote betrokkenheid tijdens de befaamde jaarmarktenperiode. Hospitalen maakten in de Middeleeuwen deel uit van de sociale en caritatieve instellingen van een stad en waren oorspronkelijk burgerlijke instellingen.

Wat de organisatie van dit hospitaal betreft, verkeren we in het ongewisse voor de volledige middeleeuwse periode doch vermoeden we dat het vrij éénvormig was georganiseerd naar analogie van Brugge, Tielt, Ieper en Rijsel.

Op het einde van de 16de eeuw verdween de oude kloostergemeenschap, ondanks een in 1586-1587 aangegaan akkoord tussen de abdij Hemelsdale en Torhout om de gemeenschap nieuw leven in te blazen. Na het verdwijnen van de laatste hospitaalzuster werden de goederen van het hospitaal bij de bezittingen van de Torhoutse kerk gevoegd (1590-1592).

In 1665 bekrachtigde de heer van Neuburg, heer van Wijnendale de herinstelling van het hospitaal uit 1661. Dit zou de nieuwe start betekenen van het Torhouts hospitaal. In 1733, 1755 en 1780 breidde het hospitaal verder uit met de bouw van enkele nieuwe vleugels. Tijdens de Franse Revolutie werd het kloostergoed als ‘nationaal goed’ aangeslagen en gebruikt als stapelplaats, later door de gendarmerie.

Na 1816 zou het bekende pensionaat van Pieter Behaeghel een deel van de gebouwen bezetten. In 1836 werd het hospitaal volledig eigendom van de stad. Vanaf 1840 werden de oude hospitaalvleugels heringericht als tehuis voor ouderen. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog deed het hospitaal nog dienst als ‘Feldlazaret’ vooraleer de functie van hospitaal verhuisde naar het nieuwe Sint-Rembertziekenhuis.

Vanaf de jaren 1960 deden de oude hospitaal- en kloosterruimten dienst als ruimte voor socio-culturele initiatieven. Uit deze periode moet ook de naamgeving ‘Ten Walle’ stammen, een naam die eigenlijk verkeerd door het stadsbestuur aan dit voormalig hospitaal werd gegeven en verwijst naar de vroegere stadswal.

In 2000 werd door de Dienst Monumenten- en Landschapszorg ook alle infrastructuur achter de reeds beschermde voorgevels als te klasseren geadviseerd.

 


 Meer foto's via deze link - info over de restauratie

Zoeken

 

Links