Bezienswaardigheden

Historische gebouwen en monumenten in het stadscentrum

Het laatbarokke stadhuis op de Markt werd in 1713 door de Heren van Neuburg gebouwd. Het heeft een opvallende klokgevel, een pui, een ingemetseld wapenschild en datering.

Aan de overzijde van het stadhuis staat de neoromaanse Sint‑Pietersbandenkerk. De basis van de toren, 54 m, en een deel van de westgevel zijn restanten van de 12de‑eeuwse ro­maanse kerk, opgericht voor het kapittel en gebouwd op de fundamenten van een wellicht 9de‑eeuws geïnspireerde centrale bouw, die waarschijnlijk deel uitmaakte van het middeleeuwse monasterium. De oude romaanse kerk werd eind 16de eeuw door de Geuzen vernield. Op de grondvesten werd een laatgotische kerk gebouwd met spitse torennaald. In 1918 werd de torenspits vernield en in mei 1940 verwoestten brandbommen het grootste deel van de kerk. Het huidige neoromaanse kerkgebouw met de achtkantige toren of 'peperbus' dateert van 1953‑1955. Architect was W. Nolf.
Meubilair en alle kerkschatten zijn niet zo oud: een neogoti­sche communiebank van G. Verlinde van 1924, 19de‑eeuwse biechtstoelen, een orgel van P. Anneessens uit Menen van 1972, een 17de‑eeuws schilderij Sint‑Sebastiaan, een processiekruis vermoedelijk van 1499, een ciborie, een neogotisch reliekschrijn van Karel de Goede, van omstreeks 1890, een marmeren gedenkplaat van de familie Moke en glasramen van J. Hendrickx, M. Martens en J. Slagmuylder.

 's Gravenwinkel, nu een privé‑woning, was de verblijfplaats van de graaf tijdens de jaarmarkt van Torhout.

In de Bruggestraat staat het oude hospitaal Ten Walle. Dit oude hospitaal werd in 1229 gesticht door gravin Johanna van Constantinopel. Na een korte onderbreking in de Geuzentijd werd het in 1666 door Augustinessen uit het hospitaal van Menen bevolkt. Omdat dergelijke kloosters na het concilie van Trente niet meer buiten de stadsmuren mochten liggen, werd de vestinggracht verlegd. De Franse Revolutie zorgde voor een tweede onderbreking tot omstreeks 1850. Achter de oude gebouwen werd rond 1960 een modern complex opgetrokken. Speciale aandacht verdienen beide gevels op de binnenplaats met data 1606 en 1731. De gevels zijn sinds 1946 beschermd. Tegenover de ingangspoort staat de 17de‑eeuwse kapel, het oudst bewaarde gebouw van Torhout. In de kapel van het nieuwe complex werd het 19de‑eeuwse Van Peteghem‑orgel ondergebracht. Momenteel wordt de volledige site gerestaureerd - einde voorzien september 2015.

Aan de overkant van de Bruggestraat werd de imposante voorgevel van de 'gele doos' Sint-Jozefsinstituut opgefrist. Het pensionaat van Pieter Behaeghel van omstreeks 1810 moest in 1846 de normaalschool herbergen. In de loop van 150 jaar kwamen hierbij een lagere school, een college, een technische school, een land‑ en tuinbouwschool, een regentaat, een PMS‑centrum en een BLO‑school. Achter de gevel zit de huiskapel van 1850 en centraal in het complex staat de neogo­tische kapel van 1895.

Op het oude kerkhof staan enkele historische zerken met ornementen van de Torhoutse kunstenaar 'Taekens'

Ten oosten van de Markt komt men op het Conscienceplein. De naam herinnert aan het feit dat Hendrik Conscience geregeld in Torhout logeerde, bij zijn dochter, die met vrederechter Gentiel Antheunis getrouwd was. Het oorlogsmonument is een door de Duitsers in 1918 achtergelaten Duits beeld, oorspronkelijk bedoeld voor het Roggeveld in Esen.

Het Sint‑Vincentiusinstituut, werd in 1791 gesticht.

Een ander interessant pand is de mosterdmakerij Wostyn. De fabrikant heeft ook een klein ambachtelijk museum in de Oude Gentweg.

Op een boogscheut van de Markt ligt het kasteel Ravenhof, oud‑domein Coupé of domein Van Oye, met park, een van de mooiste plekjes van Torhout. Bij het domein sluit de stedelijke openbare bibliotheek aan. Het Ravenhof herbergt de Dienst voor Toerisme, de Stedelijke Gildenkamer en het Aardewerkmuseum. Vanaf de 14de eeuw voerde Vlaanderen tegels uit naar Frankrijk en Engeland. Het museum bezit diverse stukken 'poterie flamande' van 1890-1940 met de productie van de pottenbakkersfamilies Willemyns en Maes en linken naar de productie in art-nouveau-stijl van ondermeer Laigneil. In 1384 werd de Sint-Sebastiaansgilde opgericht, zij is de oudste nog bestaande Torhoutse vereniging. Een gelijkvloers salon in het kasteel Ravenhof werd voor deze handbooggilde ontsloten en herbergt haar aandenkens, prijzen, trofeeën, klederdracht enz.

In de Aartrijkestraat werd in 1995 het nieuwe Cultuurcentrum in gebruik genomen. Het sluit aan bij domein de Brouckère, waar architect André Jacqmain in 1949‑1950 voor kunstschilder Carlo de Brouckère, verwant van Charles (burgemeester van Brussel) en Louis (pionier van de socialistische beweging in België), een typische woning liet bouwen.

Aan de Sint‑Rembertlaan heeft het Sint‑Rembertziekenhuis, opgericht in 1946‑1947, een regionale functie. Her en der verspreid over het centrum vinden we gedenkplaten: in de Oostendestraat nr. 40 aan het geboortehuis van Karel de Gheldere en aan nr. 56 het geboortehuis van kanunnik Achiel Logghe, in de Nieuwstraat aan het geboortehuis van Eugeen Van Oye en op de Burg aan het woonhuis van Karel Steyaert, alias Karel van Wijnendale.

BEZIENSWAARDIGHEDEN BUITEN HET STADSCENTRUM

Ten oosten van de stad ligt het Groenhovebos, 13 ha, aansluitend bij het Vrijgeweed. De stad kocht in 1972 het bos om een recreatiezone te maken. In de nabijheid ligt het kloosterdomein Virgo Fidelis, een bezinningscentrum met moderne kapel. Richting Oostende, onmiddellijk buiten het centrum is de afspanning het Hof van Engeland sinds 1983 beschermd en in 1983‑1984 helemaal opgeknapt.

De Oostendestraat loopt recht naar de ingang van het Kastteel van Wijnendale met uitgestrekt park en bos. De burcht werd in de 11de eeuw gebouwd door de Vlaamse graaf. Zij werd herhaaldelijk omgebouwd, vernield en herbouwd. Kopersneden uit "Flandria Illustrata" tonen een ronde versterkte omwalde burcht met elf torens en drie grote, vrijstaande donjons. In 1811 liet het Franse Bestuur de kasteelruïne afbreken, waarbij men toch een paar van de oudste torentjes en wat muurpartijen liet staan. In 1833 kocht bankier J.P. Mathieu uit Brussel het hele domein van een investeerdersgroep Lefébvre-Dehults uit de regio Mons - Doornik. Aan het middeleeuwse deel werd een toegangspoort met ophaalbrug toegevoegd. In het waterslot is het rechter gedeelte privé woning van de familie Mathieu de Wynendaele, terwijl de vernieuwde bezoekersattractie, herinnert aan figuren en gebeurtenissen uit de geschiedenis van het kasteel. We noemen: het verblijf van Maria van Bourgondië, Gwijde van Dampierre, de heren van Kleef en Neuburg, de schenking van het Vrijgeweed door Adolf van Kleef, het onderhoud van Leopold III met zijn ministers op 25 mei 1940.

In de nabijheid van het kasteel ligt de druk bezochte bedevaartkapel Onze‑Lieve‑Vrouw van Wijnendale en een voormalige ijskelder.

Op de grens van Torhout en de Verloren Kost ligt het domein de Maere d'Aertrijcke. Auguste de Maere kocht het domein in 1868. Hij liet het bouwvallige landhuis d'Aerdenhutte afbreken om er een neogotisch kasteel te bouwen naar het ontwerp van architect Schadde. Sinds 1991 wordt het kasteel door de familie de Maere d'Aertrycke als internationaal seminarie‑ en congrescen­trum uitgebaat, het Provinciebestuur beheert het park als Provinciaal Domein.

Tussen de beide kastelen ligt de oude spoorwegberm Torhout‑Oostende, nu het wandel- en fietspad Groene 62.

uit : M. Mestdagh, "Torhout, de geschiedenis van een stad", Torhout, 2000

Zoeken

 

Links